Artikel

Wat zegt milieu-impact echt?

Van asfaltgewicht naar sturingsinformatie met LCA en MKI

Jim van der Kooij (InfraImpact) GWW-sector LCA & MKI

Introductie

In de GWW zijn cijfers de basis van elk gesprek. Tonnen asfalt, kubieke meters, transportkilometers en kosten per strekkende meter bepalen de dagelijkse praktijk. Steeds vaker komen daar LCA-, MKI- en EPD-data bij, omdat duurzaamheid meetbaar en vergelijkbaar moet zijn in ontwerp en aanbesteding.

Die data zijn inhoudelijk juist, maar ze worden vaak samengevat in één waarde. Daarmee ontstaat het risico dat milieu-impact als eindscore wordt gezien in plaats van als sturingsinformatie. Juist in de GWW, waar keuzes rond materiaal, onderhoud en levensduur elkaar beïnvloeden, vraagt dat om context.

Milieu-impact is geen losstaand getal. Het is het resultaat van samenhangende keuzes, vastgelegd in een LCA en samengevat in een MKI. Pas wanneer je die cijfers koppelt aan ontwerpkeuzes en EPD-data, ontstaat echte sturingsinformatie. Asfalt is daarvoor een herkenbaar en leerzaam voorbeeld.

Asfalt: ogenschijnlijk eenvoudig, inhoudelijk complex

Een ton asfalt bestaat grofweg uit vier componenten. In hoofdlijnen kennen we ze allemaal:

Kijken we puur naar gewicht, dan lijkt het beeld helder. Steenslag en zand domineren de massa. Bitumen vormt slechts een klein percentage. Wie hier stopt met kijken, zou kunnen concluderen dat optimalisatie vooral in de minerale fracties moet zitten.

Maar zodra we dit gewicht koppelen aan milieu-impactdata, kantelt het beeld volledig. Wat in de praktijk vaak gebeurt, is dat gewicht onbewust wordt gelijkgesteld aan milieubelasting. Zwaar voelt belastend, licht voelt duurzaam. Asfalt laat zien hoe misleidend die aanname kan zijn. Juist het materiaal dat nauwelijks meetelt in massa, blijkt een grote bijdrage te leveren aan zowel MKI als CO₂.

Infographic over de samenstelling van 1 ton asfalt
Samenstelling van asfalt en de verhouding tussen massa en milieudruk.

Waar de milieudruk werkelijk ontstaat

De verklaring ligt niet in het asfalt zelf, maar in de keten erachter. Bitumen is afkomstig uit fossiele grondstoffen en kent een energie-intensief productieproces. Daardoor draagt het, ondanks het lage massapercentage, onevenredig bij aan de totale milieukosten.

Dit is precies het type inzicht dat je niet uit een materiaallijst haalt, maar wél uit een levenscyclusanalyse. LCA dwingt ons om verder te kijken dan wat we zien op de bouwplaats. Het laat zien waar milieudruk ontstaat in:

Voor asfalt betekent dit dat keuzes over het mengsel altijd samenhangen met vragen over onderhoudsintervallen, levensduur en hergebruik. Het materiaal is slechts één hoofdstuk in een veel groter verhaal.

“Wat je in de massa niet ziet, kan in de milieudruk juist dominant zijn. De context maakt het verschil.”

MKI en EPD’s: cijfers met een verhaal

De MKI brengt al deze milieueffecten samen in één geldwaarde. Dat maakt vergelijking mogelijk, bijvoorbeeld tussen ontwerpvarianten of aanbiedingsstrategieën. Tegelijk schuilt daar een risico in: de MKI wordt te gemakkelijk gezien als een score, terwijl het eigenlijk een samenvatting is.

Die samenvatting is alleen betrouwbaar als de onderliggende data klopt. EPD’s vormen daarom het fundament. Ze zorgen voor:

Zonder goede EPD’s verwordt sturen op MKI tot schijnzekerheid. Met goede EPD’s wordt het een inhoudelijk gesprek over ontwerpkeuzes.

Wat betekent dit voor MKI en LCA in de GWW?

In de GWW is MKI geen doel op zich, maar een manier om ontwerpkeuzes te vergelijken. Het cijfer is alleen betrouwbaar als de onderliggende LCA transparant is: wat zijn de systeemgrenzen, welke levensduur is gehanteerd en welke databronnen zijn gebruikt? Dat gesprek voorkomt dat een lage score vooral het gevolg is van aannames.

Daarom is het verstandig om MKI altijd te koppelen aan de bredere LCA-context. De pagina LCA in de GWW laat zien hoe je dat structureel toepast, terwijl MKI-berekeningen ingaat op het rekenwerk en de vertaling naar aanbestedingen en ontwerpkeuzes.

Van inzicht naar sturing

Zodra milieu-impact niet meer los wordt bekeken, maar in samenhang met gewicht en levensduur, verandert ook de focus van optimalisatie. In asfalt zit de grootste milieuwinst zelden in nog iets minder steenslag. De echte knoppen zitten vaak in:

Dit soort keuzes maakt vooral verschil als ze vroeg in het project worden gemaakt. In de ontwerpfase ligt de beïnvloedbaarheid het hoogst. Wie daar al scenario’s doorrekent, voorkomt dat duurzaamheid achteraf een rekenexercitie wordt.

In de praktijk zie ik dan ook dat projecten met een iets zwaarder ontwerp soms beter scoren over de hele levensduur, simpelweg omdat onderhoud wordt beperkt en vervanging wordt uitgesteld. LCA maakt deze afweging inzichtelijk en bespreekbaar.

MKI in aanbestedingen: van last naar hulpmiddel

In aanbestedingen wordt MKI nog vaak ervaren als een verplicht nummer of een risico. Dat is begrijpelijk, zeker als het cijfer pas laat in beeld komt. Maar zodra MKI wordt ingezet als ontwerpinstrument, verandert de dynamiek.

Door varianten naast elkaar te zetten, bijvoorbeeld met verschillende bitumensoorten, recyclingpercentages of onderhoudsstrategieën, wordt zichtbaar:

Die transparantie helpt niet alleen aannemers en ingenieurs, maar ook opdrachtgevers. Het gesprek gaat niet langer over “laagste MKI”, maar over de beste keuze over de hele levenscyclus.

Wat dit betekent voor de GWW-professional

Voor opdrachtgevers biedt deze benadering de mogelijkheid om duurzaamheidseisen scherper en realistischer te formuleren. Voor aannemers ontstaat grip op milieuprestaties, nog voordat het ontwerp definitief is. Ingenieursbureaus krijgen hiermee een stevig inhoudelijk fundament voor hun advisering.

Conclusie: van getallen naar keuzes

Milieu-impactwaarden krijgen pas betekenis als je ze bevraagt en in context plaatst. Niet het gewicht, niet één MKI-getal, maar de samenhang tussen materiaal, toepassing en levensduur bepaalt de echte impact.

Wie LCA, MKI en EPD-data gebruikt als sturingsinformatie in plaats van als eindscore, maakt betere keuzes. En uiteindelijk is dát waar duurzaam ontwerpen in de GWW om draait: niet optimaliseren op gevoel, maar op aantoonbaar effect.

Wil je weten waar in jouw project de grootste milieu-impact zit, en waar optimalisatie daadwerkelijk verschil maakt? Dan begint het met het stellen van de juiste vragen aan de juiste data.

Belangrijkste inzichten

  • Milieu-impact wordt pas sturingsinformatie als je het koppelt aan samenstelling en levensduur.
  • Bitumen is een klein massapercentage, maar een grote milieukostenpost.
  • De beste optimalisaties ontstaan in de ontwerpfase, niet achteraf in de aanbesteding.

Meer sturing nodig op MKI en LCA?

Samen brengen we de echte knoppen in beeld, nog voordat het ontwerp vastligt.

Plan een gesprek